ECLI:NL:RVS:2023:2012
Raad van State
- Hoger beroep
- A.W.M. Bijloos
- B.J. van Ettekoven
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering standplaatsvergunning op Binnenwegplein Rotterdam wegens looproute en kunstwerk
Appellant exploiteert een loempiakraam en had circa twintig jaar een standplaats op het Binnenwegplein, waarvan zeventien jaar ter hoogte van nummer 20. Na diverse tijdelijke vergunningen en wijzigingen in verband met bouwactiviteiten, werd in 2020 de aanvraag voor een standplaatsvergunning op nummer 20 met een verkoopwagen van 8 m2 afgewezen. Een latere aanvraag voor een kleinere wagen van 4 m2 werd eveneens geweigerd.
Het college van burgemeester en wethouders baseerde de weigering op de Algemene plaatselijke verordening Rotterdam 2012, met name artikel 5:18a, onder d en e, waarbij werd gewezen op verstoring van de looproute en aantasting van het kunstwerk ‘Two Turning Vertical Rectangles’. Het advies van een stedenbouwkundige ondersteunde deze gronden met een onderbouwing van ruimtelijke omstandigheden.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigde dit oordeel. De Afdeling oordeelde dat de motivering van het college deugdelijke gronden bevatte en dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij aanspraak kon maken op een vergunning op de gewenste locatie. Tevens werd geoordeeld dat er geen toezeggingen waren gedaan die het vertrouwen op een vergunning konden rechtvaardigen.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van de standplaatsvergunning op het Binnenwegplein ter hoogte van nummer 20.