ECLI:NL:RVS:2020:1442
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 18 februari 2020 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 7 mei 2020 het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overwoog dat het verzoek om niet uitgezet te worden totdat het hoger beroep is beslist gegrond is, mede gelet op eerdere jurisprudentie. Daarom werd bij wijze van voorlopige voorziening bepaald dat de vreemdeling niet mag worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €525,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter A.W.M. Bijloos op 19 juni 2020. Hiermee wordt de vreemdeling tijdelijk beschermd tegen uitzetting en krijgt hij recht op opvang en verstrekkingen gedurende de procedure.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.