ECLI:NL:RVS:2020:15
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens ondeugdelijke motivering
De staatssecretaris heeft bij besluit van 12 juli 2018 de aanvraag van de vreemdeling om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) afgewezen. De vreemdeling maakte bezwaar tegen dit besluit, dat op 31 januari 2019 ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze beslissing eveneens ongegrond.
De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat de staatssecretaris het besluit onvoldoende had gemotiveerd, met name ten aanzien van de beoordeling of er nog sprake was van een werkelijk huwelijks- of gezinsleven zoals bedoeld in de relevante Europese Gezinsherenigingsrichtlijn.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van 31 januari 2019 en verklaarde het hoger beroep gegrond. De staatssecretaris werd verplicht een nieuw besluit te nemen waarin de afgelegde verklaringen en documenten inhoudelijk worden beoordeeld. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het betaalde griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf wordt vernietigd en de staatssecretaris wordt verplicht een nieuw besluit te nemen en proceskosten te vergoeden.