ECLI:NL:RVS:2020:1520
Raad van State
- Hoger beroep
- R. Uylenburg
- J. Hoekstra
- D.A. Verburg
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhavingsbesluit tegen illegaal balkon en zelfstandige bewoning bijgebouw te Haren
Op het perceel te Haren stond een woning met een aangebouwde bedrijfsruimte, waarvan de eerste verdieping werd verhuurd als zelfstandige woonruimte en een balkon was gebouwd zonder omgevingsvergunning. Het college van burgemeester en wethouders van Haren legde een last onder dwangsom op om het balkon te verwijderen en de keuken, badkamer en toilet op de eerste verdieping van het bijgebouw te verwijderen vanwege strijd met de beheersverordening en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo).
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen het handhavingsbesluit deels gegrond en deels ongegrond, waarbij het beroep tegen het balkonbesluit gegrond werd verklaard omdat het balkon inmiddels was verwijderd. Het beroep tegen het gebruik van de eerste verdieping als zelfstandige woning werd gegrond verklaard, maar de rechtsgevolgen van het besluit bleven in stand. Het beroep tegen het besluit tot intrekking van de last over het balkon werd niet-ontvankelijk verklaard.
In hoger beroep betoogde appellant onder meer dat het balkon vergunningvrij was, dat de eerste verdieping niet als zelfstandige woning werd gebruikt, en dat het college het gelijkheidsbeginsel had geschonden. De Raad van State oordeelde dat het balkon vergunningplichtig was, dat de eerste verdieping feitelijk als zelfstandige woning werd gebruikt en dat het college voldoende had gemotiveerd waarom het gelijkheidsbeginsel niet werd geschonden.
De Raad van State bevestigde het bestreden vonnis en verklaarde het hoger beroep ongegrond, waarmee het handhavingsbesluit in stand bleef. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt het handhavingsbesluit en verklaart het hoger beroep ongegrond.