ECLI:NL:RVS:2020:1526
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging belanghebbendheid bij omgevingsvergunning voor pluimveehouderij ondanks afstand en weg
Het college van burgemeester en wethouders van Bronckhorst verleende op 16 januari 2018 een omgevingsvergunning aan een pluimveehouderij voor het wijzigen van de inrichting, waaronder het plaatsen van een rolgaasdeur. Een omwonende, wonend aan de overzijde van een weg, maakte bezwaar tegen deze vergunning vanwege mogelijke overlast door stof- en geuremissie.
Het college verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat het de omwonende niet als belanghebbende beschouwde. De rechtbank oordeelde echter dat de omwonende wel belanghebbende is en vernietigde het besluit. Het college en de pluimveehouderij gingen hiertegen in hoger beroep bij de Raad van State.
De Raad van State bevestigde dat de omwonende belanghebbende is, ondanks dat de percelen niet direct grenzen en een weg tussen de percelen ligt. De Afdeling overwoog dat de afstand, het zicht op de stal en de mogelijke milieugevolgen voldoende zijn om belanghebbendheid aan te nemen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en het besluit van de rechtbank bevestigd.
Daarnaast werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan de omwonende. Hiermee is onherroepelijk vastgesteld dat de omwonende rechtsbescherming geniet tegen het besluit van 16 januari 2018, maar dat het bezwaar tegen het besluit van 22 juli 2019 ongegrond is verklaard.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt dat de omwonende belanghebbende is en verklaart het hoger beroep ongegrond.