ECLI:NL:RVS:2018:3125
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vaststelling strijdigheid bedrijfsmatige verhuur vakantiewoning met woonbestemming en handhaving
Het college van burgemeester en wethouders van Apeldoorn heeft aan de eigenaren van een woning op een perceel met woonbestemming gelast het gebruik als bedrijfsmatige vakantiewoning te beëindigen, met oplegging van een dwangsom. De eigenaren maakten bezwaar en stelden beroep in tegen dit besluit. De rechtbank verklaarde het beroep van een van de eigenaren niet-ontvankelijk en vernietigde het collegebesluit wegens onvoldoende bewijs van overtreding van het bestemmingsplan.
De Raad van State oordeelt dat het bezwaar mede namens beide eigenaren is ingediend en dat de rechtbank ten onrechte het beroep van een van hen niet-ontvankelijk verklaarde. De Raad bevestigt dat het verhuren van de woning als vakantiewoning in strijd is met de woonbestemming in het bestemmingsplan "Veluwe". Het overgangsrecht is niet van toepassing omdat het gebruik reeds in strijd was met het vorige bestemmingsplan dat een natuurbestemming kende.
Verder stelt de Raad vast dat het college terecht handhavend optreedt tegen meer dan incidentele verhuur, maar dat het beleid omtrent incidentele verhuur onvoldoende is geconcretiseerd, waardoor de last onder dwangsom aan rechtszekerheid tekortschiet. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd voor zover het beroep niet-ontvankelijk werd verklaard en het collegebesluit werd herroepen, en voor het overige bevestigd. Het college dient een nieuw besluit op bezwaar te nemen, waarbij het dwangsombesluit tijdelijk wordt geschorst.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt deels de uitspraak van de rechtbank, herroept het collegebesluit en bevestigt dat de verhuur als vakantiewoning in strijd is met het bestemmingsplan.