ECLI:NL:RVS:2020:1545
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling tijdens hoger beroep asielweigering
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 11 maart 2020 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 26 mei 2020 het beroep ongegrond verklaarde. De vreemdeling ging vervolgens in hoger beroep bij de Raad van State en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft overwogen dat het verzoek om een voorlopige voorziening gegrond is en bepaalt dat de vreemdeling niet mag worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt. Tevens wordt de staatssecretaris veroordeeld tot het vergoeden van de proceskosten van de vreemdeling, die geheel toe te rekenen zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Deze beslissing waarborgt dat de vreemdeling gedurende de procedure niet wordt geconfronteerd met uitzetting en dat de kosten van de rechtsbijstand worden gedekt, hetgeen aansluit bij eerdere jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt en de staatssecretaris moet de proceskosten vergoeden.