ECLI:NL:RVS:2020:1589
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Hoekstra
- C.C.W. Lange
- P.H.A. Knol
- Rechtspraak.nl
Weigering omgevingsvergunning voor uitweg vanwege verkeersveiligheid en bestemmingsplan
Appellant vroeg op 2 maart 2018 een omgevingsvergunning aan voor het maken van een uitweg vanaf zijn pand aan de Wagendwarsstraat te Utrecht. Het college van burgemeester en wethouders weigerde deze vergunning op 29 mei 2018, met als redenen de negatieve impact op verkeersveiligheid, de inrichting van de openbare ruimte, de aanwezigheid van een boom en het woongebruik van het pand. Het bezwaar en beroep van appellant werden door het college en de rechtbank ongegrond verklaard.
In hoger beroep stelde appellant dat het college niet tijdig had beslist, waardoor de vergunning van rechtswege zou zijn verleend, en dat het college misbruik van bevoegdheid had gemaakt door aanvullende informatie te vragen. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college terecht om aanvullende informatie had gevraagd en binnen de verlengde beslistermijn had beslist, zodat geen vergunning van rechtswege was verleend.
Appellant voerde verder aan dat de belangenafweging onjuist was, met name dat de vergunning noodzakelijk was voor het gebruik van de kelder en hellingbaan, dat de verkeersveiligheid niet negatief zou worden beïnvloed en dat de boom niet beschermwaardig was. De Afdeling stelde vast dat de keldervergunning het gebruik voor parkeren niet toestaat, dat het college terecht rekening hield met de verkeersveiligheid en het woonerfkarakter, en dat de boom als groenvoorziening beschermd is. Ook oordeelde de Afdeling dat de uitweg strijdig is met het bestemmingsplan.
De Afdeling bevestigde daarom het oordeel van de rechtbank dat het college in redelijkheid de vergunning kon weigeren en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van de omgevingsvergunning voor de uitweg.