ECLI:NL:RVS:2020:1628
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake handhaving zonder omgevingsvergunning gebouwde schuur
Het college van burgemeester en wethouders van Rhenen legde appellant een last onder dwangsom op voor het verwijderen van een zonder omgevingsvergunning gebouwde schuur met aanbouw op zijn perceel. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant gegrond en vernietigde het besluit voor zover het de oorspronkelijke schuur betrof, waarbij het college werd opgedragen een nieuw besluit te nemen.
Het college nam vervolgens een nieuw besluit waarbij het een last onder bestuursdwang oplegde. Appellant stelde dat het college niet bevoegd was tot handhaving en voerde onder meer aan dat de schuur onder overgangsrecht viel, dat er sprake was van verjaring, en dat handhaving disproportioneel was.
De voorzieningenrechter van de Raad van State oordeelde dat de schuur met aanbouw één geheel vormt en dat de oorspronkelijke schuur niet meer bestaat. Hierdoor was het college bevoegd om handhavend op te treden. De rechtbank had ten onrechte geoordeeld dat het college geen last onder dwangsom kon opleggen. Ook faalde het beroep op verjaring en disproportionaliteit. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd, het beroep van appellant tegen het collegebesluit ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep tegen het collegebesluit ongegrond verklaard.