ECLI:NL:RVS:2020:1637
Raad van State
- Hoger beroep
- F.D. van Heijningen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging rechtbankuitspraak over omgevingsvergunning voor bouw grondgebonden woningen te Groenekan
Het college van burgemeester en wethouders van De Bilt verleende op 19 oktober 2018 een omgevingsvergunning voor het bouwen van zes grondgebonden woningen op een perceel te Groenekan, in strijd met het bestemmingsplan dat zes gestapelde woningen toestaat. Diverse appellanten stelden beroep in tegen deze vergunning.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant G niet-ontvankelijk en wees de overige beroepen ongegrond. In hoger beroep stelde de Afdeling bestuursrechtspraak vast dat enkele appellanten geen belanghebbende waren en dat het beroep van appellanten E en F ten onrechte ontvankelijk was verklaard. Dit beroep werd niet-ontvankelijk verklaard.
De Afdeling oordeelde dat het college zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het bouwplan niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening, ondanks de afwijking van het woningtype en de verschuiving van het bouwvlak. De bezwaren over de procedurele aspecten en de ruimtelijke onderbouwing werden verworpen. Het hoger beroep van de overige appellanten werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellanten E en F wordt niet-ontvankelijk verklaard; het beroep van appellanten A e.a. wordt ongegrond verklaard en de rechtbankuitspraak wordt deels vernietigd en deels bevestigd.