ECLI:NL:RVS:2020:1660
Raad van State
- Hoger beroep
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over invordering verbeurde dwangsommen wegens bouwvoorschriften
Het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad legde aan de eigenaar van een pand in Zaandam meerdere lasten onder dwangsom op wegens overtredingen van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en het Bouwbesluit 2012. Na het opleggen van dwangsommen volgde invordering van deze dwangsommen, waartegen de eigenaar bezwaar maakte. De rechtbank vernietigde delen van de besluiten en matigde de dwangsommen wegens het niet volledig voldoen aan de opgelegde lasten, met name vanwege een beschadigde brandwerende deur en het te laat overleggen van rapporten over elektrische installaties.
In hoger beroep betoogde de eigenaar dat hij wel aan de voorwaarden had voldaan, dat de deur direct na constatering was vervangen, dat de elektrische installaties voldeden aan de voorschriften en dat bijzondere omstandigheden zoals financiële problemen tot afzien van invordering hadden moeten leiden. Ook stelde hij dat het college een betalingsregeling had moeten treffen.
De Raad van State oordeelde dat de eigenaar onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de situatie binnen de begunstigingstermijn in overeenstemming was gebracht met de vergunning, dat het college terecht matiging toepaste maar niet verder hoefde te matigen, en dat het college terecht niet afzag van invordering of een betalingsregeling trof. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.