ECLI:NL:RVS:2020:1673
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- F.D. van Heijningen
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen spoedeisende bestuursdwang voor verkeerd aanbieden huishoudelijk afval
Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam heeft op 5 juli 2019 schriftelijk bevestigd dat op 30 juni 2019 spoedeisende bestuursdwang is toegepast tegen appellante wegens het aanbieden van huishoudelijk afval in strijd met de Afvalstoffenverordening Rotterdam 2009. De bestuursdwang bestond uit het verwijderen van een kartonnen doos met een adreslabel van appellante, aangetroffen naast een ondergrondse inzamelcontainer.
Appellante betwist de juistheid van de ambtelijke rapportage waarop het college zich baseert en stelt dat zij de doos wel degelijk in de container heeft geplaatst. Zij voert aan dat het college niet heeft bewezen dat zij de doos naast de container heeft geplaatst en wijst op mogelijke alternatieve verklaringen, zoals het onzorgvuldig legen van containers of het handelen van buurtbewoners met sleutels.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat het college op grond van de ambtelijke rapportage, die is voorzien van foto's en is opgesteld door een bijzonder opsporingsambtenaar, terecht heeft aangenomen dat de doos naast de container is aangetroffen. Hoewel appellante alternatieve scenario's opperde, heeft zij onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zij niet de overtreder is. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot spoedeisende bestuursdwang wordt ongegrond verklaard.