ECLI:NL:RVS:2020:1727
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 21 november 2019 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De rechtbank verklaarde het daarop ingestelde beroep ongegrond op 25 juni 2020. De vreemdeling stelde hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter overwoog dat de vreemdeling niet uitgezet mag worden voordat op het hoger beroep is beslist, conform eerdere jurisprudentie. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, ter hoogte van €525,00, volledig toe te rekenen aan beroepsmatige rechtsbijstand.
De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter A.W.M. Bijloos op 22 juli 2020, in aanwezigheid van griffier J.E. Engelhart. Hiermee wordt de positie van de vreemdeling tijdens het hoger beroep beschermd door het treffen van een voorlopige voorziening.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.