ECLI:NL:RVS:2020:1732
Raad van State
- Hoger beroep
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging omgevingsvergunning voor verbouwing woonboerderij ondanks bezwaar buurman
Het college van burgemeester en wethouders van Stichtse Vecht verleende op 13 juni 2017 een omgevingsvergunning aan een vergunninghouder voor het verbouwen van een woonboerderij en het plaatsen van een erfafscheiding met geluidsscherm. Een buurman, exploitant van een groothandel in ijzer- en staalschroot, maakte bezwaar tegen deze vergunning omdat hij vreesde dat zijn bedrijfsvoering hierdoor zou worden belemmerd.
De rechtbank Midden-Nederland verklaarde het beroep van de buurman ongegrond en oordeelde dat de reguliere voorbereidingsprocedure terecht was toegepast en dat de vergunning in redelijkheid kon worden verleend. De rechtbank stelde dat het bouwplan voldeed aan redelijke eisen van welstand en dat de maatwerkvoorschriften voor geluidbelasting passend waren.
In hoger beroep betoogde de buurman onder meer dat de uitgebreide voorbereidingsprocedure had moeten worden gevolgd, dat de vergunning in strijd was met het Afwijkingenbeleid en dat de welstandscommissie ten onrechte positief had geadviseerd. De Raad van State oordeelde dat het college bevoegd was de vergunning te verlenen onder de reguliere procedure, dat het Afwijkingenbeleid niet werd geschonden en dat het welstandsadvies zich beperkte tot esthetische criteria, niet tot brandveiligheid.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd aan partijen.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de omgevingsvergunning voor de verbouwing van de woonboerderij en het plaatsen van het geluidsscherm blijft van kracht.