ECLI:NL:RVS:2021:2748
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en bevestiging weigering omgevingsvergunning voor dakopbouw in strijd met bestemmingsplan
Het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad verleende op 30 januari 2019 een omgevingsvergunning voor een dakopbouw aan een woning in strijd met het bestemmingsplan. Na bezwaar werd dit besluit herroepen en de vergunning geweigerd. De rechtbank verklaarde het beroep van de rechtsvoorganger gegrond en vernietigde het besluit van het college, waarna hoger beroep werd ingesteld.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat het college bevoegd is om bij de beoordeling van een omgevingsvergunning voor afwijking van het bestemmingsplan ook cultuurhistorische belangen mee te wegen, ook als deze niet in het bestemmingsplan zijn verankerd. De rechtbank heeft ten onrechte het besluit van het college vernietigd op grond van het ontbreken van cultuurhistorische waarden in het bestemmingsplan.
Verder heeft de Afdeling geoordeeld dat het college zijn besluit tot weigering van de vergunning voldoende heeft gemotiveerd, onder meer met stedenbouwkundige adviezen en de impact op de ruimtelijke kwaliteit van de wijk. De stelling van de appellant dat het college onzorgvuldig heeft gehandeld en het gelijkheidsbeginsel is geschonden, faalt. Het besluit van 23 maart 2021 wordt vernietigd omdat het is gebaseerd op de door de rechtbank vernietigde uitspraak, waardoor het besluit van 21 oktober 2019 herleeft.
De Afdeling verklaart het hoger beroep van appellant gegrond, vernietigt de uitspraak van de rechtbank, verklaart het beroep van de rechtsvoorganger ongegrond en vernietigt het besluit van 23 maart 2021. Het griffierecht wordt aan appellant terugbetaald.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en het college heeft het besluit tot weigering van de omgevingsvergunning in redelijkheid genomen.