ECLI:NL:RVS:2020:1735
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Hoekstra
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek om vergoeding omrijschade bij landinrichtingsproject Baarderadeel
Appellant, een melkveehouder te Raerd, maakte bezwaar tegen de vastgestelde lijst der geldelijke regelingen (LGR) binnen het landinrichtingsproject Baarderadeel, met name vanwege de negatieve afstandsfactor en omrijschade. De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen de verkavelingsklassenindeling gegrond en wijzigde deze ten gunste van appellant, maar verklaarde het bezwaar tegen het niet-toekennen van omrijschade ongegrond. Appellant ging niet in cassatie.
Na sluiting van de LGR verzocht appellant het college van gedeputeerde staten van Fryslân om vergoeding van omrijschade die volgens hem niet in de LGR was verwerkt. Dit verzoek werd afgewezen en het daaropvolgende bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. Appellant stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling overwoog dat het verzoek van appellant betrekking had op een besluit dat onder de Wet nadeelcompensatie en schadevergoeding bij onrechtmatige besluiten valt. Op grond van de Awb kan tegen een besluit inzake vergoeding van schade wegens onrechtmatig bestuurshandelen geen bezwaar of beroep worden ingesteld. De bestuursrechter is bovendien niet bevoegd om aanvullende schadevergoeding te verlenen indien de LGR reeds definitief is vastgesteld en de civiele rechter hierover heeft geoordeeld. Omdat appellant geen cassatie instelde tegen het eerdere vonnis, heeft dit gezag van gewijsde gekregen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.