ECLI:NL:RVS:2020:1806
Raad van State
- Herziening
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek herziening uitspraak vreemdelingenrecht
De vreemdeling heeft bij brief van 14 juni 2020 aan de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Arnhem, verzocht om herziening van de uitspraak van 23 december 2019 in zaaknummer NL19.25222. De rechtbank heeft dit verzoek vervolgens aan de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State doorgezonden.
De Afdeling heeft overwogen dat het verzoek terecht als een verzoek om herziening van haar uitspraak van 27 januari 2020 in zaaknummer 201909397/1/V3 is aangemerkt. Op grond van artikel 8:119, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht kan een onherroepelijk geworden uitspraak worden herzien indien nieuwe feiten of omstandigheden worden aangevoerd.
De vreemdeling heeft echter geen nieuwe feiten of omstandigheden aangevoerd die herziening rechtvaardigen. Daarom heeft de Afdeling het verzoek afgewezen en bepaald dat de staatssecretaris geen proceskosten hoeft te vergoeden. De uitspraak is gedaan door mr. J.J. van Eck, lid van de enkelvoudige kamer, op 29 juli 2020.
Uitkomst: Het verzoek om herziening van de uitspraak wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.