ECLI:NL:RVS:2020:1826
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- F.C.M.A. Michiels
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen spoedeisende bestuursdwang wegens verkeerd aanbieden huishoudelijk afval afgewezen
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag heeft op 11 september 2019 spoedeisende bestuursdwang toegepast door een doos met oud papier te verwijderen die naast een ondergrondse restafvalcontainer was aangetroffen. De doos werd tot appellante herleid doordat een poststuk met haar adres erin zat. Appellante betwist dat de doos van haar afkomstig is en stelt dat anderen pakketjes op haar adres laten bezorgen en ophalen.
Het college heeft bij besluit van 26 september 2019 de toepassing van bestuursdwang bevestigd en de kosten deels aan appellante opgelegd. Na een ongegrond verklaard bezwaar heeft appellante beroep ingesteld bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat volgens vaste rechtspraak degene tot wie het afval kan worden herleid als overtreder wordt beschouwd, tenzij het tegendeel aannemelijk wordt gemaakt. Appellante heeft haar stellingen niet met bewijs onderbouwd en heeft niet aannemelijk gemaakt dat zij niet de overtreder is. De afstand tussen haar woning en de vindplaats van de doos doet hier niet aan af.
Daarom is het beroep ongegrond verklaard en is er geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen het besluit tot spoedeisende bestuursdwang is ongegrond verklaard.