ECLI:NL:RVS:2020:1866

Raad van State

Datum uitspraak
4 augustus 2020
Publicatiedatum
5 augustus 2020
Zaaknummer
202002971/4/V3
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • E. Steendijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 AwbArt. 72 Vw 2000
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening tegen overdracht vreemdeling in asielprocedure

De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die door de staatssecretaris niet in behandeling werd genomen. Hiertegen stelde de vreemdeling beroep in bij de rechtbank, dat ongegrond werd verklaard. Ook het hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State werd ongegrond verklaard. Vervolgens verzocht de vreemdeling om een voorlopige voorziening om te voorkomen dat hij zou worden overgedragen voordat op zijn bezwaar was beslist.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. De overweging was dat de eerdere uitspraken van de Afdeling geen aanleiding geven om de rechtmatigheid van de voorgenomen overdracht te betwijfelen. Er zijn geen nieuwe feiten of omstandigheden aangevoerd die een andere beoordeling rechtvaardigen.

De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door de voorzieningenrechter E. Steendijk, waarbij de griffier J.A. Verweij aanwezig was. De uitspraak werd openbaar uitgesproken op 4 augustus 2020.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen overdracht van de vreemdeling wordt afgewezen.

Uitspraak

202002971/4/V3.
Datum uitspraak: 4 augustus 2020
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, vierde lid, van die wet van:
[de vreemdeling],
verzoeker.
Procesverloop
Bij besluit van 10 maart 2020 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
Bij uitspraak van 12 mei 2020 heeft de rechtbank het daartegen door
de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 29 juli 2020 heeft de Afdeling het tegen deze uitspraak door de vreemdeling ingestelde hoger beroep ongegrond verklaard. Op dezelfde datum heeft de voorzieningenrechter van de Afdeling het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening afgewezen.
De vreemdeling heeft op 31 juli 2020 krachtens artikel 72, derde lid, van de Vw 2000 bezwaar gemaakt tegen de feitelijke overdracht en de voorzieningenrechter van de rechtbank verzocht een voorlopige voorziening te treffen. De griffier van de rechtbank heeft het verzoek ter behandeling aan de voorzieningenrechter van de Afdeling doorgezonden.
Overwegingen
1.    De vreemdeling heeft de voorzieningenrechter verzocht bij wijze van voorlopige voorziening te bepalen dat hij niet wordt overgedragen totdat op het bezwaarschrift is beslist.
2.    Gelet op wat in de uitspraak van de Afdeling van 29 juli 2020 in zaak nr. 202002971/1/V3 is overwogen en omdat wat de vreemdeling in zijn verzoek heeft aangevoerd geen grond biedt om niet langer van de rechtmatigheid van de voorgenomen overdracht uit te gaan, wordt het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening afgewezen.
3.    De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. E. Steendijk, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. J.A. Verweij, griffier.
De voorzieningenrechter is verhinderd de uitspraak te ondertekenen.
w.g. Verweij
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 4 augustus 2020
765-872.