ECLI:NL:RVS:2021:17
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongegrondverklaring beroep tegen niet-ontvankelijkheid bezwaar verblijfsvergunning asiel
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris niet in behandeling werd genomen. Hiertegen stelde de vreemdeling beroep in bij de rechtbank, dat ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde hij hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, dat eveneens ongegrond werd verklaard.
Daarnaast had de vreemdeling een verzoek gedaan om een voorlopige voorziening tegen zijn feitelijke overdracht, dat door de voorzieningenrechter werd afgewezen. Op basis hiervan werd het bezwaar tegen de feitelijke overdracht door de staatssecretaris niet-ontvankelijk verklaard, een beslissing die door de rechtbank werd bevestigd.
De Afdeling bestuursrechtspraak overweegt dat de procedure over de feitelijke overdracht met de afwijzing van het verzoek om voorlopige voorziening is beëindigd en dat er geen grond was om alsnog op het bezwaar te beslissen. Daarom bevestigt de Afdeling het oordeel van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.