ECLI:NL:RVS:2020:1869
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J. Hoekstra
- Rechtspraak.nl
Toepassing spoedeisende bestuursdwang wegens verkeerd aanbieden huishoudelijk afval in Den Haag
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag heeft op 17 juni 2019 spoedeisende bestuursdwang toegepast door een huisvuilzak te verwijderen die op die dag verkeerd was aangeboden volgens de Afvalstoffenverordening 2010. Appellante betoogde dat zij de huisvuilzak op de juiste plaats en tijd had aangeboden, maar dat de inzameldienst deze niet had opgehaald.
Het college stelde dat de aanwezigheid van poststukken met naam en adres van appellante in de huisvuilzak voldoende bewijs was dat zij de overtreder was. De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde dat de enkele stelling dat de zak binnen de juiste tijden was aangeboden maar niet was opgehaald onvoldoende is om de overtreding te ontkennen.
De Afdeling overwoog dat het niet verwijderen van de huisvuilzak na het verstrijken van de inzamelperiode ook als aanbieden wordt beschouwd en daarmee in strijd is met artikel 10 van Pro de Afvalstoffenverordening 2010. Het beroep van appellante werd ongegrond verklaard en het college was bevoegd de bestuursdwang toe te passen.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen de toepassing van spoedeisende bestuursdwang wegens verkeerd aanbieden van huishoudelijk afval wordt ongegrond verklaard.