ECLI:NL:RVS:2020:1872
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- J.W. van de Gronden
- A. Kuijer
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing vismachtiging vaste kieuwnetten zeebaars
Appellant, een zeevisserijbedrijf uit Noordwijk, vroeg een vismachtiging aan om in 2017 met vaste kieuwnetten op zeebaars te mogen vissen. De staatssecretaris wees de aanvraag af omdat uit logboekgegevens niet bleek dat appellant in de referentieperiode (1 juli 2015 tot 30 september 2016) met vaste kieuwnetten zeebaars had gevangen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, maar appellant stelde dat ook andere bewijsmiddelen, zoals aanlandingsgegevens, gebruikt hadden moeten worden. De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat de minister ten onrechte alleen logboekgegevens als bewijs toeliet en dat ook aanlandingsgegevens in het VIRIS-systeem als geregistreerde vangst moeten worden erkend.
Op grond van overgelegde bewijsstukken, waaronder e-mails, logboekformulieren en registratiegegevens, concludeerde de Afdeling dat appellant wel degelijk zeebaars met vaste kieuwnetten had gevangen in de referentieperiode. De minister kon geen concrete reden geven om dit te betwisten.
De Afdeling vernietigde het bestreden besluit en het aanvullende besluit van de minister wegens strijd met het motiveringsbeginsel en de Awb, en beval een nieuw besluit binnen zes weken. Tevens werd bepaald dat tegen het nieuwe besluit alleen beroep bij de Afdeling mogelijk is. De proceskosten werden gedeeltelijk aan appellant vergoed.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de vismachtiging wordt vernietigd en de minister wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.