Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.
Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de R van 20 november 2009 tot vaststelling van een communautaire controleregeling die de naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid moet garanderen, tot wijziging van Verordeningen 9EG) nr. 847/96, (EG) nr. 2371/2002, (EG) nr. 811/2004, (EG) nr. 768/2005, (EG) nr. 2115/2005, (EG) nr. 2166/2005, (EG) nr. 388/2006, (EG) nr. 509/2007, (EG) nr. 676/2007, (EG) nr. 1098/2007, (EG) nr. 1300/2008, (EG) nr. 1342/2008 en tot intrekking van Verordeningen (EEG) nr. 2847/93, (EG) nr. 1627/94 en (EG) nr. 1966/2006 (PB 2009, L343; hierna: De Controleverordening)
In artikel 7, eerste lid, van de Controleverordening is bepaald dat een communautair vissersvaartuig dat in de communautaire wateren actief is, slechts gemachtigd is specifieke visserijactiviteiten te verrichten voor zover die in zijn geldige vismachtiging zijn vermeld wanneer de visserijtakken of de visserijzones waar de activiteiten zijn toegestaan:
vallen onder een visserij-inspanningsregeling;
vallen onder een meerjarenplan;
een voor de visserij beperkt gebied zijn;
bedoeld zijn voor visserij voor wetenschappelijke doeleinden;
vallen onder andere in de communautaire regelgeving vastgestelde bepalingen.
In artikel 14, eerste lid, van de Controleverordening is bepaald dat onverminderd bijzondere bepalingen in de meerjarenplannen, de kapiteins van communautaire vissersvaartuigen met een lengte over alles van 10 m of meer een visserijlogboek van hun activiteiten bijhouden, waarin zij met name alle hoeveelheden van elke gevangen en aan boord gehouden soort vermelden boven de 50 kg equivalent levend gewicht.
In artikel 21, eerste lid, van de Controleverordening is bepaald dat onverminderd bijzondere bepalingen in de meerjarenplannen kapiteins van communautaire vissersvaartuigen met een lengte over alles van 10 m of meer die betrokken zijn bij een overlading een aangifte van overlading invullen, waarin zij met name alle hoeveelheden van elke overgeladen of ontvangen soort vermelden boven de 50 kg equivalent gewicht.
In artikel 23, eerste lid, van de Controleverordening is bepaald dat onverminderd bijzondere bepalingen in de meerjarenplannen, de kapitein van een communautair vissersvaartuig met een lengte over alles van 10 m of meer, of zijn vertegenwoordiger een aangifte van aanlanding invult, waarin zij met name alle hoeveelheden van elke aangelande soort vermelden.
Verordening (EU) 2017/127 van de Raad van 20 januari 2017 tot vaststelling, voor 2017, van de vangstmogelijkheden voor sommige visbestanden en groepen visbestanden welk in de wateren van de Unie en, voor vissersvaartuigen van de Unie in bepaalde wateren buiten de Unie van toepassing zijn (PB 2017, L 24; hierna: de verordening Vangstmogelijkheden)
In artikel 9, eerste lid, van de Verordening vangstmogelijkheden is bepaald dat het voor vissersvaartuigen van de Unie verboden om op zeebaars te vissen in de ICES-sectoren VIIb, VIIc, VIIj en VIIk, alsmede in de wateren van de ICES-sectoren VIIa en VIIg buiten 12 zeemijl vanaf de basislijn die onder de soevereiniteit van het Verenigd Koninkrijk vallen. Het is voor vissersvaartuigen van de Unie tevens verboden om zeebaars die in die gebieden is gevangen, aan boord te hebben, over te laden, te verplaatsen of aan te landen.
Ingevolge artikel 9, tweede lid, van de Verordening vangstmogelijkheden is het voor vissersvaartuigen van de Unie en in elke vorm van commerciële visserij vanaf de kust verboden om in de volgende gebieden op zeebaars te vissen en om zeebaars die in die gebieden is gevangen, aan boord te hebben, te verplaatsen, over te laden of aan te landen:
ICES-sectoren IVb, IVc, VIId, VIIe, VIIf en VIIh;
wateren binnen 12 zeemijl vanaf de basislijn die onder de soevereiniteit van het Verenigd Koninkrijk vallen in de ICES-sectoren VIIa en VIIg.
In afwijking van de eerste alinea gelden met betrekking tot zeebaars in de in die alinea bedoelde gebieden de volgende maatregelen:
vissersvaartuigen van de Unie die met bodemtrawls en zegennetten vissen, mogen onvermijdelijke bijvangsten van zeebaars aan boord hebben op voorwaarde dat deze op geen enkele dag meer dan 3 % uitmaken van het gewicht van de totale vangst mariene organismen aan boord. De vangsten van zeebaars die een vissersvaartuig van de Unie op grond van deze afwijking aan boord houdt, mogen niet meer dan 400 kg per maand bedragen;
vissersvaartuigen van de Unie die vissen met haken en lijnen mogen in januari 2017 en van 1 april tot en met 31 december 2017 op zeebaars vissen en mogen per jaar elk maximaal 10 ton in die gebieden gevangen zeebaars aan boord hebben, overladen, verplaatsen of aanlanden.
vissersvaartuigen van de Unie die met vaste kieuwnetten vissen, mogen per maand maximaal 250 kg aan onvermijdelijke bijvangsten van zeebaars aan boord hebben.
Deze afwijkingen zijn van toepassing op vissersvaartuigen van de Unie die vangsten van zeebaars hebben geregistreerd in de periode van 1 juli 2015 tot en met 30 september 2016: in punt b) voor geregistreerde vangsten met haken en lijnen, en in punt c) voor geregistreerde vangsten met vaste kieuwnetten.
Uitvoeringsregeling zeevisserij (Staatscourant 2017, nr. 18073)
In artikel 84a van de Uitvoeringsregeling zeevisserij is bepaald dat een vismachtiging als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de controleverordening, voor de in artikel 9, tweede lid, tweede alinea, onder b, van de Verordening vangstmogelijkheden bedoelde visserijactiviteiten, kan worden verleend, indien de aanvraag een vissersvaartuig betreft waarmee in de in artikel 9, tweede lid, derde alinea, van de verordening vangstmogelijkheden bedoelde periode blijkens de logboekgegevens met het type vistuig LHP, bedoeld in Bijlage XI van de uitvoeringsverordening controleverordening, op zeebaars is gevist, voor zover in de op het desbetreffende vissersvaartuig betrekking hebbende visvergunning was vermeld dat het de vergunninghouder in betrokken periode was toegestaan te vissen op zeebaars.
In artikel 84a, derde lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij is bepaald dat in afwijking van het eerste lid de vismachtiging kan worden verleend, indien:
a. de aanvrager ten genoegen van de Minister aannemelijk heeft gemaakt dat er bijzondere omstandigheden zijn die rechtvaardigen dat hij in de desbetreffende periode met het desbetreffende vissersvaartuig niet in staat was de visserij uit te oefenen, mits hij in de periode daaraan voorafgaand met het desbetreffende vissersvaartuig wel op zeebaars heeft gevist en daartoe gerechtigd was;
b. het een vissersvaartuig betreft waarvoor binnen de in het eerste lid bedoelde periode, op de op dat vaartuig betrekking hebbende visvergunning overeenkomstig artikel 84a, tweede lid, onderdeel a, zoals dat artikelonderdeel op 31 december 2016 luidde, is vermeld dat het de vergunninghouder is toegestaan te vissen op zeebaars en de aanvrager ten genoegen van de Minister aannemelijk heeft gemaakt dat er bijzondere omstandigheden zijn die rechtvaardigen dat hij niet in staat was met het desbetreffende vissersvaartuig in het restant van de desbetreffende periode, de visserij uit te oefenen of
c. het een vissersvaartuig betreft waarvoor eerst na de in het eerste lid bedoelde periode, maar voor 1 januari 2017:
i. op de op dat vaartuig betrekking hebbende visvergunning overeenkomstig artikel 84a, tweede lid, onderdeel a, zoals dat artikelonderdeel op 31 december 2016 luidde, is vermeld dat het de vergunninghouder is toegestaan te vissen op zeebaars of
ii. de aanvrager onomkeerbare investeringsverplichtingen is aangegaan en het bevoegd gezag heeft aangekondigd om op de op dat vaartuig betrekking hebbende visvergunning overeenkomstig artikel 84a, tweede lid, onderdeel a, zoals dat artikelonderdeel op 31 december 2016 luidde, te vermelden dat het de vergunninghouder is toegestaan te vissen op zeebaars.
In artikel 84a, vierde lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij is bepaald dat een vismachtiging als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de controleverordening, voor de in artikel 9, tweede lid, tweede alinea, onder c, van de verordening vangstmogelijkheden bedoelde visserijactiviteiten, wordt verleend, indien de aanvraag een vissersvaartuig betreft waarmee in de in artikel 9, tweede lid, derde alinea, van de verordening vangstmogelijkheden bedoelde periode blijkens de logboekgegevens met het type vistuig GTR, GNS, FYK, FPN of FIX, bedoeld in Bijlage XI van de uitvoeringsverordening controleverordening op zeebaars is gevist.