ECLI:NL:RVS:2020:1880
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vergunning voor kleinschalig hotel ondanks bezwaren VvE
Bij besluit van 13 september 2017 verleende de burgemeester van Utrecht een exploitatievergunning voor een kleinschalig hotel aan een locatie in Utrecht. De Vereniging van Eigenaren Sint Martinushof (VvE) maakte bezwaar tegen deze vergunningverlening en stelde dat de vergunning in strijd was met het woon- en leefklimaat, de openbare orde en veiligheid. De rechtbank verklaarde het beroep van de VvE ongegrond en ook in hoger beroep handhaafde de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State deze uitspraak.
De VvE stelde dat de rechtbank ten onrechte de vergunning niet had getoetst aan artikel 9 van Pro de Horecaverordening Utrecht 2015, met name ten aanzien van de nadelige invloed op het woon- en leefklimaat. De Afdeling oordeelde echter dat de rechtbank de vergunningverlening wel degelijk aan deze normen had getoetst en dat de burgemeester een ruime beoordelingsvrijheid heeft. De Afdeling vond dat de omvang van het hotel en de afstand tot omwonenden geen ontoelaatbare overlast veroorzaken.
Verder oordeelde de Afdeling dat de vrees van de VvE dat de exploitant zich niet aan regels zou houden onvoldoende was onderbouwd en dat handhaving mogelijk is. Ook het argument dat de hotelmarkt verzadigd zou raken, kon niet leiden tot weigering van de vergunning omdat dit niet onderbouwd was met concrete gevolgen. Incidenten na het besluit konden niet worden betrokken bij de toetsing. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de VvE tegen de vergunningverlening voor het hotel wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.