ECLI:NL:RVS:2020:1881
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen wijzigingsplan en omgevingsvergunning windpark Vlissingen-Oost
Het college van burgemeester en wethouders van Vlissingen stelde op 22 oktober 2019 het wijzigingsplan 'Windpark C.RO Vlissingen-Oost' vast, waarmee de bouw van vijf windturbines werd toegestaan op het zeehaven- en industrieterrein Sloe. Eneco Wind B.V. kreeg op 24 oktober 2019 een omgevingsvergunning voor de realisatie van deze turbines. [Appellante], woonachtig en gevestigd nabij het plangebied, stelde beroep in tegen beide besluiten.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat [appellante] belanghebbende is omdat haar perceel binnen 1.500 meter van de turbines ligt, wat gevolgen van enige betekenis kan veroorzaken. De Afdeling toetste de wijzigingsbevoegdheid en het vergunningvoorschrift aan de relevante wet- en regelgeving, waaronder de Wet ruimtelijke ordening en de Algemene wet bestuursrecht.
[Appellante] voerde aan dat het plan in strijd is met de wijzigingsbevoegdheid omdat niet is aangetoond dat de windturbines de militaire zend- en ontvangstinstallaties niet onaanvaardbaar beïnvloeden. Ook stelde zij dat het vergunningvoorschrift onrechtmatig is omdat de beoordeling van effecten wordt doorgeschoven naar het moment van bouw. De Afdeling stelde echter vast dat deze normen niet streken tot bescherming van het belang van [appellante], waardoor het relativiteitsvereiste van artikel 8:69a Awb toepassing vond en vernietiging niet aan de orde was.
De Afdeling concludeerde dat het beroep ongegrond is en wees het af. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 5 augustus 2020.
Uitkomst: Het beroep tegen het wijzigingsplan en de omgevingsvergunning voor het windpark wordt ongegrond verklaard.