ECLI:NL:RVS:2020:1886
Raad van State
- Hoger beroep
- J.J. van Eck
- J.Th. Drop
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en ongegrond verklaring beroep asielaanvraag homoseksuele vreemdeling
De vreemdeling, van Ugandese nationaliteit, vroeg om een verblijfsvergunning asiel op grond van zijn homoseksuele gerichtheid en de daaruit voortvloeiende problemen bij terugkeer in Uganda. De staatssecretaris wees de aanvraag af, waarbij eerder al een soortgelijke aanvraag was afgewezen wegens ongeloofwaardigheid van de seksuele gerichtheid. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit van de staatssecretaris, met het oordeel dat de nieuwe werkinstructie WI 2018/9 een gewijzigde beoordeling van seksuele gerichtheid vereiste.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak en voerde aan dat WI 2018/9 geen beleidswijziging bevat en dat de vreemdeling geen nieuwe verklaringen had gegeven die een nieuwe beoordeling rechtvaardigen. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het zwaartepunt van de beoordeling niet was veranderd en dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de staatssecretaris opnieuw moest motiveren waarom de seksuele gerichtheid ongeloofwaardig is.
De Afdeling vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank en het daarop volgende besluit van 11 mei 2020. Vervolgens beoordeelde de Afdeling het oorspronkelijke beroep tegen het besluit van 14 januari 2019 en verklaarde dit beroep ongegrond. De vreemdeling had onvoldoende onderbouwd dat de staatssecretaris stereotiepe tegenwerpingen hanteerde. De staatssecretaris hoefde geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de asielaanvraag blijft in stand.