ECLI:NL:RBDHA:2021:1101
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing opvolgende asielaanvraag wegens ontbreken nieuwe relevante elementen over seksuele geaardheid
Eiser, een Oegandese nationaliteit, diende een eerste asielaanvraag in 2016 in met het argument dat hij homoseksueel is en vervolgd werd vanwege zijn geaardheid. Deze aanvraag werd afgewezen en onherroepelijk verklaard in 2018. In 2019 diende eiser een opvolgende aanvraag in, waarin hij zich beroept op gewijzigde beleidsrichtlijnen en nieuwe documenten over zijn seksuele geaardheid en betrokkenheid bij LHBTI-organisaties.
Verweerder verklaarde de opvolgende aanvraag niet-ontvankelijk omdat er geen nieuwe relevante elementen waren die de eerdere afwijzing konden wijzigen. Eiser stelde dat de nieuwe documenten en verklaringen wel degelijk nieuwe feiten bevatten, waaronder verklaringen van zijn partner en LHBTI-organisaties, en dat hij tijdens het gehoor niet volledig zijn verhaal kon doen.
De rechtbank oordeelde dat de nieuwe beleidsrichtlijnen geen wezenlijke wijziging in beoordeling brengen en dat de nieuwe documenten en verklaringen grotendeels een herhaling zijn van eerder aangevoerde feiten. Ook werd geoordeeld dat eiser voldoende gelegenheid had gehad om zijn verhaal te doen tijdens het gehoor. Het beroep op artikel 8 EVRM Pro faalde omdat de relatie van eiser niet als geloofwaardig werd erkend.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en handhaafde het inreisverbod. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De opvolgende asielaanvraag wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van nieuwe relevante elementen en het inreisverbod blijft gehandhaafd.