ECLI:NL:RVS:2020:1902
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel
De vreemdeling heeft een derde aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid had deze aanvraag niet-ontvankelijk verklaard bij besluit van 20 december 2019. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen dit besluit ongegrond. De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak overweegt ambtshalve dat de vreemdeling eerder een tweede asielaanvraag had gedaan die buiten behandeling was gesteld. De rechtbank had dit besluit bevestigd, maar de Raad van State heeft dit besluit en de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het hoger beroep gegrond verklaard. Dit betekent dat de staatssecretaris een nieuw besluit moet nemen over de tweede aanvraag, uitgaande van de actuele feiten en omstandigheden.
Omdat de vreemdeling hierdoor geen belang heeft bij een uitspraak over het hoger beroep tegen de derde aanvraag, verklaart de Raad van State het hoger beroep niet-ontvankelijk. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak is gedaan door een enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 12 augustus 2020.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling tegen de niet-ontvankelijkverklaring van zijn derde asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard.