ECLI:NL:RVS:2020:1937
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- J.Th. Drop
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering vergunning woningvorming in Kleiburgflat Amsterdam
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam weigerde op 27 oktober 2017 een vergunning voor woningvorming aan appellante, die een appartement in de Kleiburgflat had verbouwd tot drie zelfstandige woningen kleiner dan 40 m2. De aanvraag werd afgewezen omdat het aandeel kleine woningen in stadsdeel Zuidoost het stedelijk gemiddelde overschreed, wat strijdig is met de beleidsregels woonruimteverdeling Amsterdam 2017.
Appellante voerde aan dat de flat al jaren leegstond en gesloopt zou worden, waardoor geen vergunning nodig zou zijn. Ook stelde zij dat het college onvoldoende gemotiveerd had en dat het vertrouwensbeginsel was geschonden door uitlatingen van een medewerker. De rechtbank wees het beroep af en de Raad van State bevestigde dit oordeel.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat de flat nooit onttrokken was aan de woonruimtevoorraad omdat deze niet gesloopt of van functie veranderd was. De belangenafweging door het college was zorgvuldig en de beleidsregels rechtvaardig. Er waren geen bijzondere omstandigheden die een afwijking van het beleid rechtvaardigden. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat geen concrete toezegging was gedaan.
De Raad van State concludeerde dat de weigering van de vergunning terecht was en dat de aangevallen uitspraak van de rechtbank bevestigd moest worden. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van de vergunning voor woningvorming in de Kleiburgflat.