ECLI:NL:RVS:2020:1958
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting en voor opvang vreemdeling in hoger beroep
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris op 8 mei 2019 niet-ontvankelijk werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze beslissing op 4 augustus 2020 ongegrond. Hiertegen stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft op 14 augustus 2020 besloten dat de vreemdeling niet mag worden uitgezet zolang het hoger beroep niet is beslist. Tevens is de staatssecretaris veroordeeld tot het vergoeden van de proceskosten van de vreemdeling, die volledig toe te rekenen zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Deze voorlopige voorziening is gebaseerd op eerdere jurisprudentie en de belangenafweging waarbij het belang van de vreemdeling om niet uitgezet te worden tijdens het hoger beroep zwaar weegt. De uitspraak werd gedaan in het openbaar door voorzieningenrechter A.W.M. Bijloos, in aanwezigheid van griffier E.L.N. Bakker.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.