ECLI:NL:RVS:2020:1959
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 9 augustus 2019 de aanvraag van de vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 17 juli 2020 het beroep gegrond verklaarde, het besluit vernietigde maar de rechtsgevolgen in stand liet. De vreemdeling ging in hoger beroep tegen deze uitspraak en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State besloot op 14 augustus 2020 dat de vreemdeling niet mag worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot het vergoeden van proceskosten van €525,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Deze beslissing beschermt de vreemdeling tegen uitzetting tijdens de procedure en erkent de kosten die de vreemdeling heeft moeten maken voor rechtsbijstand. De uitspraak is gedaan in het openbaar en is bindend als voorlopige voorziening.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.