ECLI:NL:RVS:2020:2
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over vreemdelingenbewaring en proceskostenvergoeding
Bij besluiten van 14 oktober 2019 zijn twee vreemdelingen in vreemdelingenbewaring gesteld. De vreemdelingen hebben hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die op 20 november 2019 de beroepen ongegrond verklaarde en de verzoeken om schadevergoeding afwees.
De vreemdelingen gingen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Zij stelden onder meer vragen over de digitale ondertekening en openbaarmaking van de uitspraak van de rechtbank. Deze rechtsvragen zijn door de Afdeling eerder beantwoord en leiden niet tot vernietiging van de uitspraak.
De Afdeling oordeelt dat de grieven niet leiden tot vernietiging van de uitspraak en verklaart het hoger beroep ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdelingen, die geheel toe te rekenen zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd met proceskostenvergoeding aan de vreemdelingen.