ECLI:NL:RVS:2020:2012
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- H. Troostwijk
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- Rechtspraak.nl
Vaststelling dat uitzetting vreemdeling niet wordt opgeschort wegens onvoldoende medische noodzaak mantelzorg
De vreemdeling uit Nigeria verzocht om opschorting van zijn uitzetting op grond van medische redenen, waarbij mantelzorg een rol speelde. De staatssecretaris wees dit verzoek af, gebaseerd op een advies van het Bureau Medische Advisering (BMA) waarin werd geconcludeerd dat mantelzorg niet essentieel is voor het welslagen van de medische behandeling.
De rechtbank oordeelde dat het BMA-advies onzorgvuldig tot stand was gekomen en dat nader onderzoek en een hoorzitting hadden moeten plaatsvinden. De staatssecretaris ging tegen dit oordeel in hoger beroep.
De Raad van State overwoog dat het BMA het advies baseerde op medische stukken, waaronder brieven van de huisarts die aangaven dat de noodzaak van mantelzorg niet objectief kon worden vastgesteld. Het BMA concludeerde op basis van deze informatie dat er geen aanwijzingen waren dat mantelzorg essentieel was. De Raad stelde dat het BMA binnen zijn deskundigheid handelde en dat de staatssecretaris terecht geen nader onderzoek of hoorzitting heeft verricht.
Daarom werd het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep alsnog ongegrond verklaard. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de uitzetting wordt niet opgeschort.