ECLI:NL:RVS:2020:2037
Raad van State
- Hoger beroep
- J.A. Hagen
- G.T.J.M. Jurgens
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verzoek nadeelcompensatie voor verleggen kruisende leidingen door Wetterskip Fryslân
Het Wetterskip Fryslân verzocht om nadeelcompensatie voor kosten van circa €800.000,- die het maakte door het verleggen van kruisende afvalwaterleidingen in verband met provinciale infrastructuurwerken. Het college van gedeputeerde staten van Fryslân wees dit verzoek af, waarna het Wetterskip bezwaar maakte en vervolgens beroep instelde. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond maar kwam tot een andere beoordeling op grond van het bestuursrecht.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelde het hoger beroep en bevestigde het oordeel van de rechtbank. De Afdeling overwoog dat het vaststellen van het normale maatschappelijke risico primair aan het bestuursorgaan toekomt en dat het verleggen van kabels en leidingen een normale maatschappelijke ontwikkeling is. De liggingsduur van de leidingen (33 jaar) en het beleid van de provincie om geen onderscheid te maken tussen langsliggende en kruisende leidingen rechtvaardigen dat de kosten voor rekening van het Wetterskip blijven.
Het Wetterskip stelde dat hoofdstuk 3 van de Verordening Nadeelcompensatie niet van toepassing is of onverbindend is wegens strijd met het gelijkheidsbeginsel, maar deze argumenten werden verworpen. Ook het incidenteel hoger beroep van het college werd niet-ontvankelijk verklaard. De Afdeling concludeerde dat het verzoek om nadeelcompensatie terecht is afgewezen en dat geen proceskostenveroordeling nodig is.
Uitkomst: Het hoger beroep van Wetterskip Fryslân wordt ongegrond verklaard en het verzoek om nadeelcompensatie wordt afgewezen.