ECLI:NL:RVS:2020:2050
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- C.M. Wissels
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Intrekking toestemming beveiligingswerkzaamheden na strafbeschikking rijden onder invloed
De korpschef van politie verleende aanvankelijk toestemming aan een beveiligingsmedewerker om beveiligingswerkzaamheden te verrichten. Na een onherroepelijke strafbeschikking wegens rijden onder invloed van alcohol trok de korpschef deze toestemming in. De beveiligingsmedewerker maakte bezwaar, dat door de korpschef ongegrond werd verklaard. De rechtbank Amsterdam oordeelde echter dat de korpschef onvoldoende had gemotiveerd waarom hij niet had afgezien van intrekking en gaf de beveiligingsmedewerker gelijk.
De korpschef ging in hoger beroep bij de Raad van State, stellende dat de rechtbank ten onrechte politieambtenaren en beveiligingsmedewerkers had vergeleken, terwijl voor deze groepen verschillende wettelijke kaders gelden. De korpschef motiveerde dat de betrouwbaarheidseisen voor beveiligingsmedewerkers hoger zijn en dat hij zijn beoordelingsruimte correct had benut.
De Raad van State bevestigde dat de korpschef terecht strengere eisen mag stellen aan beveiligingsmedewerkers dan aan politieambtenaren en dat het niet verplicht is deze groepen te vergelijken. De korpschef had voldoende gemotiveerd waarom hij de toestemming had ingetrokken, mede gelet op de aard van het strafbare feit, de omstandigheden, de kans op recidive en het algemeen belang van betrouwbare veiligheidszorg.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de beveiligingsmedewerker ongegrond. Tevens werd het besluit van de korpschef van 5 februari 2020 vernietigd omdat dit besluit zijn grondslag verloor door de vernietiging van het vonnis van de rechtbank.
Uitkomst: De Raad van State verklaart het beroep van de beveiligingsmedewerker ongegrond en bevestigt de intrekking van de toestemming voor beveiligingswerkzaamheden.