ECLI:NL:RVS:2021:2424
Raad van State
- Hoger beroep
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering toestemming beveiligingswerkzaamheden vanwege twijfel aan betrouwbaarheid
De korpschef van politie heeft appellant de toestemming onthouden om beveiligingswerkzaamheden te verrichten na een aanrandingsmelding van twee minderjarige meisjes en het aantreffen van beeldmateriaal op zijn telefoon. Appellant werd verhoord en toonde volgens de korpschef verdacht gedrag, wat de betrouwbaarheid van appellant in twijfel trok en de goede naam van de bedrijfstak kon schaden.
De rechtbank Limburg verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat de korpschef in redelijkheid de toestemming kon weigeren. Het NFI-rapport over DNA-onderzoek bood geen duidelijkheid over de betrokkenheid van appellant bij de aanranding. Appellant stelde dat hij onterecht werd beschuldigd en dat het NFI-rapport zijn onschuld bevestigde, maar dit werd door de rechtbank en de Afdeling bestuursrechtspraak verworpen.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat vanwege de aard van de beveiligingsbranche hogere eisen aan betrouwbaarheid worden gesteld. Het gedrag van appellant, waaronder heimelijk fotograferen van vrouwen en de aanrandingszaak, rechtvaardigde het besluit van de korpschef. De Afdeling bevestigde het eerdere oordeel en wees het hoger beroep af, waarbij ook werd geoordeeld dat de korpschef niet verplicht was een alternatieve oplossing te bieden zoals een tijdelijke beveiligerspas.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van de korpschef om appellant toestemming te verlenen voor beveiligingswerkzaamheden wegens twijfel aan zijn betrouwbaarheid.