ECLI:NL:RVS:2020:2054
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering omgevingsvergunning vanwege gebrekkige motivering en geurnormen
De maatschap exploiteert een varkens- en melkrundveehouderij en vroeg op 1 juli 2016 een omgevingsvergunning aan voor uitbreiding van het aantal dieren en vervanging van luchtwassers. Het college van burgemeester en wethouders van Reusel-De Mierden weigerde deze vergunning aanvankelijk in 2017 wegens niet voldoen aan afstandseisen en overschrijding van adviesgrenswaarden voor endotoxinen. Na vernietiging van dat besluit door de rechtbank nam het college in november 2018 een nieuw besluit, opnieuw geweigerd, ditmaal vanwege overschrijding van geurnormen volgens de Wet geurhinder veehouderij (Wgv).
De rechtbank verklaarde het beroep van de maatschap ongegrond, waarbij het college ter zitting meedeelde dat de weigering uitsluitend op geurnormen was gebaseerd. De maatschap stelde dat het besluit gebrekkig was gemotiveerd omdat het verwees naar een advies met verworpen gronden. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat het gebrek aan duidelijke motivering terecht is erkend en vernietigt de uitspraak van de rechtbank. Het besluit van 27 november 2018 wordt vernietigd wegens strijd met artikel 3:46 Awb Pro, maar de rechtsgevolgen blijven in stand omdat de inhoudelijke weigering terecht is.
Verder oordeelt de Afdeling dat de gewijzigde geuremissiefactoren die sinds 20 juli 2018 gelden, terecht zijn toegepast, ook al had het college eerder moeten beslissen. Overgangsrecht is niet van toepassing omdat de aanvraag na inwerkingtreding van de Wgv is ingediend en de wijziging van de Regeling geurhinder en veehouderij bewust geen overgangsrecht bevat. De maatschap wordt deels in het gelijk gesteld en het college wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het besluit van 27 november 2018 wordt vernietigd wegens gebrekkige motivering, maar de inhoudelijke weigering van de omgevingsvergunning blijft in stand.