ECLI:NL:RVS:2020:210
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- F.C.M.A. Michiels
- B.P.M. van Ravels
- A. ten Veen
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen inpassingsplan PAS-maatregel Lingegebied en Diefdijk-Zuid
Provinciale staten van Gelderland stelden op 26 september 2018 het inpassingsplan PAS-maatregel Lingegebied en Diefdijk-Zuid vast, gericht op de realisatie van een bufferzone ter bescherming van het Natura 2000-gebied. Appellanten betwistten dit besluit vanwege twijfels over de effectiviteit van de watergang, een beter alternatief en de beperking van het gebruik van hun percelen.
De Afdeling bestuursrechtspraak onderzocht onder meer de rechtmatigheid van het plan in het licht van het Programma Aanpak Stikstof (PAS) en de Habitatrichtlijn. De Afdeling oordeelde dat de watergang een maatregel is ter uitvoering van artikel 6 van Pro de Habitatrichtlijn en niet onrechtmatig is vanwege de grondslag in het PAS. Ook werd de effectiviteit van de watergang bevestigd aan de hand van deskundigenrapporten.
Verder werd het alternatief van een zuidelijker ligging van de watergang en het gebruik van kwelschermen door provinciale staten afgewezen als minder effectief en technisch minder uitvoerbaar. De Afdeling vond dat provinciale staten een redelijke belangenafweging hadden gemaakt, waarbij het algemeen belang zwaarder woog dan de individuele belangen van appellanten, ondanks de beperkingen in het agrarisch gebruik en de doorsnijding van percelen.
De Afdeling concludeerde dat het beroep ongegrond is en wees een proceskostenveroordeling af. Het besluit van provinciale staten blijft daarmee in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen het inpassingsplan is ongegrond verklaard en het besluit van provinciale staten blijft in stand.