ECLI:NL:RVS:2020:2118
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen plaatsingsplan ondergrondse afvalstraatjes in Bomenbuurt Den Haag
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag stelde op 10 september 2019 een plaatsingsplan vast voor ondergrondse afvalstraatjes, waaronder een locatie aan de Hanenburglaan 122 in de Bomenbuurt. Appellanten, bewoners uit de omgeving, maakten bezwaar tegen dit besluit vanwege vrees voor verkeersveiligheid en overlast.
Zij stelden dat het afvalstraatje niet nodig was omdat er al voldoende containers in de buurt stonden en dat de gekozen locatie ongeschikt was vanwege verkeersdrukte en geluidoverlast. Ook voerden zij aan dat de communicatie over het ontwerp niet aan alle omwonenden was verzonden en misleidend was.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het college in redelijkheid kon vaststellen dat het afvalstraatje nodig was vanwege onvoldoende capaciteit van bestaande containers en dat het efficiënt was deze bij elkaar te plaatsen. De locatie aan de Hanenburglaan 122 werd als geschikt beoordeeld, waarbij het college aannemelijk maakte dat verkeersveiligheid en geluidoverlast niet ernstig zouden worden aangetast. Alternatieve locaties waren niet zodanig geschikter dat het college onredelijk had gehandeld.
De kennisgeving over het ontwerp was volgens de Afdeling correct gepubliceerd in het Gemeenteblad en de aanvullende brief aan enkele omwonenden was een niet-verplichte, niet-misleidende communicatie. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het plaatsingsplan voor het afvalstraatje aan de Hanenburglaan 122 wordt ongegrond verklaard.