ECLI:NL:RVS:2021:165
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- F.D. van Heijningen
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen plaatsing ondergronds afvalsorteerstraatje in Benoordenhout Den Haag
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag heeft een locatie aan de Breitnerlaan aangewezen voor de plaatsing van een ondergronds afvalsorteerstraatje. Een omwonende, appellante, maakte bezwaar vanwege mogelijke geluid- en stankoverlast, verkeersonveilige situaties, verstoring van het uitzicht en verlies van parkeerplaatsen.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het college beleidsruimte toegekend bij de locatiekeuze en beoordeelde of het college in redelijkheid tot de aanwijzing kon komen. Het college toonde aan dat het aantal ledigingen is afgenomen, geluidsoverlast beperkt wordt door voorzieningen, en dat verkeersveiligheid voldoende is gewaarborgd. Het tegengaan van zwerfafval is een handhavingskwestie.
Appellante stelde alternatieve locaties voor, maar het college motiveerde waarom deze minder geschikt zijn vanwege logistieke en infrastructurele beperkingen. Ook de kennisgeving van het ontwerpplaatsingsbesluit was niet volledig correct, maar de Afdeling paste artikel 6:22 Awb Pro toe omdat appellante haar bezwaren alsnog kon inbrengen.
Uiteindelijk oordeelde de Afdeling dat het college de locatie in redelijkheid geschikt heeft kunnen achten en dat het beroep ongegrond is. Het griffierecht wordt aan appellante vergoed.
Uitkomst: Het beroep tegen de locatieaanwijzing voor het ondergrondse afvalsorteerstraatje is ongegrond verklaard.