ECLI:NL:RVS:2020:2136
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen niet in behandeling nemen verblijfsvergunning asiel
De vreemdeling heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 3 juni 2020 niet in behandeling is genomen. Hiertegen stelde de vreemdeling beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 24 juli 2020 ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in en verzocht hij de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 4 september 2020 geoordeeld dat de vreemdeling niet mag worden overgedragen voordat op het hoger beroep is beslist. Tevens is de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, die geheel toerekenbaar zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Deze uitspraak volgt op eerdere jurisprudentie van de Afdeling van 20 februari 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:457) en bevestigt het belang van het beschermen van de positie van de vreemdeling tijdens de procedure van hoger beroep tegen het niet in behandeling nemen van een verblijfsvergunningaanvraag.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden overgedragen voordat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris is veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.