ECLI:NL:RVS:2020:217
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- R. Uylenburg
- F.D. van Heijningen
- E.A. Minderhoud
- Rechtspraak.nl
Vernietiging bestemmingsplan Onzelfstandige bewoning Enschede wegens strijd met artikel 3.1 Wro
De raad van de gemeente Enschede stelde op 13 november 2017 het bestemmingsplan 'Onzelfstandige bewoning Enschede' vast, dat regels bevat voor kamerverhuurpanden. Het plan verbiedt in beginsel het gebruik van panden als kamerverhuurpand, met uitzondering van bestaande panden en mits het college van burgemeester en wethouders bij omgevingsvergunning kan afwijken van het verbod.
[Appellant], eigenaar van panden in het gebied Marssteden binnen het plangebied, stelde beroep in tegen het bestemmingsplan, omdat hij zijn panden wil blijven gebruiken als kamerverhuurpand. Hij betoogde dat het plan onterecht ook van toepassing is op een deel van het gemeentelijk buitengebied waar de beheersverordening 'Buitengebied Noordwest' geldt, en dat dit strijdig is met het bestemmingsplan 'Buitengebied 1996' en de ruimtelijke ordening.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het paraplubestemmingsplan in het bedoelde gebied in strijd is vastgesteld met artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening, omdat het plan de beheersverordening deels wijzigt zonder dat dit de bedoeling was. Het beroep is gegrond verklaard en het besluit vernietigd voor het betreffende gebied. De raad is opgedragen dit onderdeel binnen vier weken te verwerken in het elektronisch vastgestelde plan.
Er is geen vergoeding van proceskosten toegekend. De uitspraak is gedaan in het openbaar op 22 januari 2020 door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het bestemmingsplan 'Onzelfstandige bewoning Enschede' wordt vernietigd voor het gebied waar de beheersverordening 'Buitengebied Noordwest' geldt wegens strijd met artikel 3.1 Wro.