ECLI:NL:RVS:2020:2193
Raad van State
- Hoger beroep
- G.T.J.M. Jurgens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking toevoeging rechtsbijstand wegens te hoog inkomen
Appellant kreeg op 9 april 2015 een toevoeging voor rechtsbijstand toegekend voor een echtscheidingsprocedure, met een eigen bijdrage gebaseerd op een geschat verzamelinkomen. Later bleek uit definitieve gegevens dat het inkomen in het peiljaar te hoog was om voor gesubsidieerde rechtsbijstand in aanmerking te komen. Daarom trok de raad voor rechtsbijstand de toevoeging op 24 april 2018 in en vorderde het betaalde bedrag terug.
Appellant voerde bezwaar aan tegen de intrekking, onder meer over een kennelijke verschrijving van de naam van de wederpartij en over onvoldoende gelegenheid tot hoorzitting. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Raad van State bevestigt dit oordeel. De vermeende verschrijving tast de rechtmatigheid van het besluit niet aan en de uitnodiging voor de hoorzitting was tijdig verzonden, ondanks dat appellant afwezig was.
De Raad van State oordeelt dat appellant voldoende gelegenheid heeft gehad zijn standpunt toe te lichten en dat het besluit van de raad voor rechtsbijstand in overeenstemming is met de relevante artikelen van de Wet op de rechtsbijstand. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank blijft in stand.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de intrekking van de toevoeging rechtsbijstand wegens te hoog inkomen en verklaart het hoger beroep ongegrond.