ECLI:NL:RVS:2018:3729
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling afwijzing Wob-verzoek inzake correspondentie en planschadeovereenkomst gemeente Helmond
Appellante heeft bij het college van burgemeester en wethouders van Helmond een Wob-verzoek ingediend om correspondentie met TOG Nederland Zuid B.V. en een planschadeovereenkomst met Stichting Elkerliek Ziekenhuis te verkrijgen. Het college wees dit verzoek af, waarna ook het bezwaar en het beroep bij de rechtbank werden afgewezen.
In hoger beroep stelde appellante dat de rechtbank onvolledig was in haar procesverloop, onterecht had gewacht op een andere uitspraak, onjuist had geoordeeld over dwangsommen, en dat de hoorplicht was geschonden. Daarnaast betoogde zij dat er meer correspondentie moest zijn en dat de planschadeovereenkomst schriftelijk bestond. Ook stelde zij dat het college het vertrouwensbeginsel had geschonden.
De Afdeling oordeelde dat de rechtbank terecht geen aanvullende procesverloopgegevens hoefde te vermelden en dat het persoonlijke belang van appellante bij haar planschadezaak niet relevant was voor het Wob-verzoek. De Afdeling bevestigde dat het college geen dwangsommen had verbeurd en dat het gebrek in de hoorplicht niet tot vernietiging leidde omdat appellante niet was benadeeld. Verder achtte de Afdeling het college geloofwaardig dat er geen schriftelijke correspondentie of schriftelijke planschadeovereenkomst bestond. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat geen concrete toezegging was gedaan.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard, het verzoek om schadevergoeding afgewezen en het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.