ECLI:NL:RVS:2020:2212
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdheid Raad van State tot behandeling hoger beroep tegen voortzetting vreemdelingenbewaring
De vreemdeling is bij besluit van 9 juli 2020 in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank Den Haag heeft op 24 augustus 2020 het beroep van de vreemdeling tegen de voortzetting van deze bewaring ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft overwogen dat het hoger beroep tegen de voortzetting van de maatregel van vreemdelingenbewaring niet mogelijk is op grond van artikel 84, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000.
De Afdeling heeft geen aanleiding gevonden om het verbod op hoger beroep te doorbreken, aangezien er geen sprake is van een oneerlijk proces. Daarom verklaart de Raad van State zich onbevoegd om kennis te nemen van het hoger beroep. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De Raad van State verklaart zich onbevoegd het hoger beroep tegen de voortzetting van vreemdelingenbewaring te behandelen.