ECLI:NL:RVS:2020:2223
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- E. Steendijk
- D.A. Verburg
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging intrekking verblijfsvergunning en inreisverbod vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 7 november 2017 de verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd van een vreemdeling ingetrokken en een inreisverbod opgelegd. De vreemdeling maakte bezwaar tegen dit besluit, dat op 6 juli 2018 ongegrond werd verklaard door de staatssecretaris.
De vreemdeling stelde vervolgens beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 29 januari 2019 het besluit van de staatssecretaris vernietigde en het besluit van 7 november 2017 herroept. De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Raad van State oordeelt dat het hoger beroep kennelijk ongegrond is omdat het geen nieuwe rechtsvragen bevat die de rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming rechtvaardigen. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.