ECLI:NL:RVS:2020:232
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag rechtmatig verblijf en inreisverbod vreemdeling
De vreemdeling heeft bij besluit van 3 oktober 2018 een aanvraag ingediend voor afgifte van een document dat rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan bevestigt, en verzocht om opheffing van een tegen hem uitgevaardigd inreisverbod. De staatssecretaris wees dit verzoek af en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling eveneens ongegrond.
De vreemdeling stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat asielgerelateerde redenen om niet terug te keren in een asielprocedure aan de orde moeten worden gesteld en niet in deze procedure kunnen leiden tot opheffing van het inreisverbod. Verder werden de overige aangevoerde grieven niet gegrond bevonden.
De Afdeling concludeerde dat de uitspraak van de rechtbank bevestigd wordt en dat de staatssecretaris geen proceskosten hoeft te vergoeden. De beslissing werd in het openbaar uitgesproken op 27 januari 2020.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.