ECLI:NL:RVS:2020:2334
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- G.M.H. Hoogvliet
- C.C.W. Lange
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verzoek uitstel uitzetting wegens medische zorg
De vreemdeling uit Rusland heeft een aanvraag ingediend om op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 te bepalen dat haar uitzetting achterwege blijft vanwege haar medische situatie en de noodzaak van mantelzorg. De staatssecretaris wees dit verzoek af en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank bevestigde deze afwijzing. De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat de staatssecretaris in zijn besluit onvoldoende duidelijk heeft gemaakt aan wie de vreemdeling na de reis fysiek zal worden overgedragen, terwijl het Bureau Medische Advisering had benadrukt dat mantelzorg essentieel is en professionele zorg aan huis een alternatief is. De rechtbank had dit gebrek niet onderkend, waardoor het besluit onvoldoende zorgvuldig was voorbereid en vernietigd moest worden.
Hoewel het besluit wordt vernietigd, blijven de rechtsgevolgen daarvan in stand uit oogpunt van definitieve geschilbeslechting, mede omdat de staatssecretaris ter zitting toezegde dat de vreemdeling niet zal worden uitgezet indien niet aan de reisvereisten kan worden voldaan. De staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: Het besluit van de staatssecretaris wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.