ECLI:NL:RVS:2020:2340
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting en toekenning opvang aan vreemdeling
De vreemdeling heeft bij besluit van 28 januari 2020 een aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen. De rechtbank heeft dit besluit op 4 september 2020 bevestigd door het beroep van de vreemdeling ongegrond te verklaren. Hiertegen heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en tegelijkertijd een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening ingediend.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek beoordeeld en geoordeeld dat de vreemdeling niet mag worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt. Tevens is bepaald dat de vreemdeling opvang en verstrekkingen moet ontvangen gedurende deze periode. De staatssecretaris is bovendien veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten die de vreemdeling in verband met het verzoek om voorlopige voorziening heeft gemaakt, ter hoogte van €525,00.
De uitspraak is gedaan op 2 oktober 2020 door voorzieningenrechter A.W.M. Bijloos, waarbij de griffier mr. N. Tibold aanwezig was. De voorzieningenrechter was verhinderd de uitspraak te ondertekenen.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en krijgt opvang; de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.