ECLI:NL:RVS:2020:2340

Raad van State

Datum uitspraak
2 oktober 2020
Publicatiedatum
5 oktober 2020
Zaaknummer
202004984/2/V2
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening tegen uitzetting en toekenning opvang aan vreemdeling

De vreemdeling heeft bij besluit van 28 januari 2020 een aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen. De rechtbank heeft dit besluit op 4 september 2020 bevestigd door het beroep van de vreemdeling ongegrond te verklaren. Hiertegen heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en tegelijkertijd een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening ingediend.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek beoordeeld en geoordeeld dat de vreemdeling niet mag worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt. Tevens is bepaald dat de vreemdeling opvang en verstrekkingen moet ontvangen gedurende deze periode. De staatssecretaris is bovendien veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten die de vreemdeling in verband met het verzoek om voorlopige voorziening heeft gemaakt, ter hoogte van €525,00.

De uitspraak is gedaan op 2 oktober 2020 door voorzieningenrechter A.W.M. Bijloos, waarbij de griffier mr. N. Tibold aanwezig was. De voorzieningenrechter was verhinderd de uitspraak te ondertekenen.

Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en krijgt opvang; de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.

Uitspraak

202004984/2/V2.
Datum uitspraak: 2 oktober 2020
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
verzoekster,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Amsterdam, van 4 september 2020 in zaak nr. NL20.2916 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 28 januari 2020 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.
Bij uitspraak van 4 september 2020 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld. Ook heeft zij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
1.    De vreemdeling heeft de voorzieningenrechter verzocht de voorlopige voorziening te treffen dat zij niet wordt uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en dat zij opvang en verstrekkingen krijgt.
2.    Gelet op wat is aangevoerd, treft de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening (uitspraak van de Afdeling van 20 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:457).
3.    De staatssecretaris moet de proceskosten vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I.    bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening dat de vreemdeling niet wordt uitgezet totdat op het door haar ingediende hoger beroep is beslist;
II.    veroordeelt de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid tot vergoeding van bij de vreemdeling in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 525,00 (zegge: vijfhonderdvijfentwintig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Aldus vastgesteld door mr. A.W.M. Bijloos, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. N. Tibold, griffier.
De voorzieningenrechter is verhinderd de uitspraak te ondertekenen.
w.g. Tibold
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 2 oktober 2020
238.