ECLI:NL:RVS:2020:2349
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H.G. Sevenster
- B. Meijer
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake terugkeerbesluit vreemdeling na arrest E.P.
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid had op 6 december 2017 een terugkeerbesluit genomen waarbij een vreemdeling werd opgedragen de Europese Unie binnen 28 dagen te verlaten. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die het besluit vernietigde op 26 januari 2018. De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak heeft het hoger beroep behandeld en daarbij aansluiting gezocht bij het arrest E.P. van het Hof van Justitie van de Europese Unie (ECLI:EU:C:2019:1071). Uit dit arrest volgt dat een verdenking van het plegen van een strafbaar feit in beginsel voldoende is om het verblijf van een vreemdeling in de vrije termijn te beëindigen, zonder dat vereist is dat de persoonlijke gedragingen een daadwerkelijke, actuele en ernstige bedreiging vormen.
De vreemdeling was op heterdaad aangehouden als verdachte van opzetheling, een strafbaar feit dat naar aard en strafmaat voldoende ernstig is om het verblijf onmiddellijk te beëindigen. Daarnaast was de vreemdeling gedagvaard door de Officier van Justitie. De Afdeling concludeert dat het terugkeerbesluit terecht is genomen op basis van objectieve en nauwkeurige elementen die de verdenking ondersteunen.
De Afdeling vernietigt daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.